Dhr. Martens, eenzame uitvaart #22

Dinsdag 7 juni 2022, 9.00 uur
begraafplaats St. Laurentius, Rotterdam
Dichter van dienst: Bianca Boer
Auteur verslag: Daniël Dee

foto Bianca Boer

De zon laat zich niet zien maar de temperatuur is mild wanneer we in de ochtend onze eerste uitvaartplechtigheid hebben voor een eenzaam overledene in Rotterdam na een pauze van zes jaar. We bewijzen de laatste eer aan dhr. N.S. Martens (geboren: 26-8-1948 – overleden: 23-5-2022).

Zes kistdragers – studenten met een bijbaan –, stemmig gekleed in grijze overjassen en zwarte hoeden, gaan ons voor door het neogotische poortgebouw van de rooms-katholieke begraafplaats St. Laurentius in Crooswijk. Zij begeleiden de kist op een rijdende draagbaar. De verdere aanwezigen zijn dichter van dienst Bianca Boer, Consulent Wlb van de gemeente, voormalig coördinator van de eenzame uitvaart Rien Vroegindeweij, Jenny van As en Jasper Meinster van uitvaartverzekering en -verzorging DELA en ondergetekende. Zwijgend lopen we richting het open graf terwijl de kerkklokken luiden.

De informatie die over dhr. Martens bekend is doet vermoeden dat hij op z’n zachtst gezegd een onstuimig bestaan heeft geleid, dat niet geheel vlekkeloos is verlopen. Hij is vier keer in het huwelijksbootje gestapt. Vijf kinderen staan op zijn naam geregistreerd, maar volgens een kennis heeft hij heel veel kinderen en is het getal eerder rond de twintig. In 2017 is hij naar Thailand geëmigreerd, hij is opnieuw getrouwd en heeft nog een kind gekregen. Met dat gezin is hij teruggekeerd naar Rotterdam, waar het huwelijk strandde. De laatste dagen sleet hij in een garagebox. Hij is uiteindelijk gevonden in die garagebox, waar hij maximaal een week in heeft gelegen. De kennis, van wie hij een auto leende, vertelde aan de gemeente dat niemand op zijn uitvaart zou verschijnen, omdat iedereen zijn bloed wel kon drinken.

Aan het hoofd van de grafkist leest Bianca Boer haar gedicht, waarna zij haar gedicht op de kist naast het reeds aanwezige boeket legt. Een bij of wesp kruipt nog tussen de bloemen, gelukkig heeft het insect nog ruim voldoende tijd om weg te vliegen voordat de aarde op het graf geschept zal worden. Na de kleine plechtigheid laten de kistdragers de houten kist in het graf zakken door middel van zwarte touwen en salueren daarna door hun hoeden kort af te nemen.

Na een laatste groet verlaten ook wij de begraafplaats. Het is nog te vroeg voor ons om te blijven.


Voor meneer M.

de straat loopt dood bij acht garageboxen
elk met een nachtblauwe kiepdeur
langs de gevel kruipt haagwinde

uw leven stopte in de tweede box van links
in de geleende auto van een kennis
hoogstens zeven dagen was u hier

bij het opendoen raakt de garagedeur
het klein kruiskruid en de pispotjes even aan
binnen is iets onherroepelijk veranderd

wanneer wij er zijn is de dood er niet
ik bekijk de straatstenen met andere ogen
wanneer de dood er is zijn wij er niet meer

© gedicht Bianca Boer © verslag Daniël Dee